De techniek van het verbinden

Geplaatst door op 12 december 2017

Sinds de komst van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) als verplichte basisregistratie, kun je objecten die de Geo-afdeling inwint, direct gebruiken voor Beheer. Dit principe van eenmalig inwinnen en meervoudig gebruik levert tijd- en kwaliteitswinst op. Steeds meer gemeenten kiezen ervoor. Jaap Schoonhoven, adviseur bij Antea Group, bespreekt de techniek achter deze verbinding.

Welke varianten zijn er?
Om de beheerdata in GBI de koppelen van een Geo-applicatie zijn op dit moment twee mogelijkheden beschikbaar: via het pragmatisch koppelvlak of via het StUF-Geo IMGeo berichtenverkeer. Voor gebruikers van de BGT-applicatie NedBGT wordt door NedGraphics een derde mogelijkheid ontwikkeld: NedCore.

Het pragmatisch koppelvlak
Vóór de komst van het standaard berichtenverkeer heeft Antea Group al het pragmatisch koppelvlak ontwikkeld. Met een databasekoppeling wordt de geometrie vanuit de BGT-database overgenomen in GBI en, volgens een vooraf ingestelde mapping, in de juiste GBI Featurelaag gezet. In GBI kunnen vervolgens de objecten administratief worden verrijkt met extra beheerattributen. Het pragmatisch koppelvlak is eenrichtingverkeer. Slechts via een redlininglaag kan een signalering vanuit GBI terug worden gegeven. Het pragmatisch koppelvlak is bij ruim 35 klanten geïmplementeerd.

Lees hier het volledige artikel De techniek van het verbinden uit GBInieuws nummer 15.

Meer informatie: Jaap Schoonhoven