Idea Light Bulb Touching on Visual Screen

De 4 weerbarstige vragen van de vervangingsopgave

De vervangingsopgave in de openbare ruimte stelt ons de komende jaren voor grote uitdagingen, dat hoeven we hier niet meer uit te leggen. Verouderende assets, energie, klimaat, circulariteit en mobiliteit vragen om een slimme, gecombineerde aanpak. Toch lukt het ons in Nederland nog niet zo goed om de opgave in goede uitvoeringsprogramma’s te integreren. Allerlei vragen en onzekerheden maken de vervangingsopgave lastig concreet te maken.

In de praktijk leidt dat óf tot een behoudende opstelling óf tot een vlucht in experimenten. Deze verlamming wil Antea Group doorbreken. Wij brachten het vraagstuk terug naar 4 weerbarstige vragen en een stapsgewijze aanpak ervan.

Weerbarstige vragen

De angel in het vraagstuk van de vervangingsopgave blijkt dat je verder vooruit zou willen plannen, dan je kennis reikt. Onzekerheden nemen toe en dat hebben we niet graag. Hoe voorkom je dat je straks spijt krijgt van investeringen, die je nu doet? Alle onzekerheden hebben we teruggebracht naar vier vragen: 

  1. Hoe ontwikkelt de kwaliteit van onze bestaande assets zich op langere termijn?
  2. Wat zijn precies de uitdagingen van de toekomst?
  3. Welk impact heeft dat op het functioneren en inrichten van ons netwerk?
  4. Hoe combineren we agenda’s van de (groeiende) groep stakeholders?

Lees hier het volledige artikel De 4 weerbarstige vragen van de vervangingsopgave uit GBI magazine nummer 19.

Voor meer informatie: Ruud van Hoek

Gvag-trans

Nieuwe voorzitter GVAG

Afgelopen maanden is er hard gewerkt aan de zoektocht naar een opvolger van Wim Groeneweg. Inmiddels is er een nieuwe voorzitter van de GVAG gevonden: Arco Hofland.

Wij wensen de burgemeester van Rijssen-Holten veel succes bij het invullen van zijn voorzittersrol.  

uitgelicht-GBImagazine

Samenhang en balans bij klimaatbestendig inrichten

 

Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen zijn druk met de klimaatverandering. Om zicht te krijgen op de zwakke schakels voor wateroverlast, hitte, droogte en overstroming in hun beheergebied, voeren ze stresstesten uit, gaan ze in dialoog over risico’s en denken ze na over mogelijke maatregelen in een uitvoeringsprogramma. Daarna gaan ze echt aan de slag en bepalen ze iedere zes jaar of ze nog op koers liggen. Net zo lang tot de ruimtelijke inrichting van Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is.

Samenhang klimaatsresstest, klimaatrisicodialoog en uitvoeringsagenda
Dit klinkt eenvoudig. Wij merken echter dat de belangrijkste actoren, de gemeenten en de waterschappen, aan het zoeken zijn naar een goede en slimme invulling van de verplichtingen en de samenhang hierin uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Klimaatverandering is onvoorspelbaar, raakt veel werkvelden (zoals water/riolering, ruimtelijke inrichting, milieu, duurzaamheid en mobiliteit) en vraagt in veel gevallen om een beheergebied-overschrijdende aanpak.

Juiste balans
De urgentie is daar. In 2019 moeten alle overheden de klimaatstresstesten hebben uitgevoerd en in 2020 moet de Uitvoeringsagenda gereed zijn. Om tijdig tot een succesvol en concreet uitvoeringsprogramma voor klimaatadaptatie te komen, is in onze ogen een goede balans nodig tussen:

Inhoud: benodigde expertise voor het realiseren van opgaven. Bijvoorbeeld op het gebied van stresstest, risicodialoog en maatregelen.

Aanpak: organisatiestructuur, adaptatiestrategie, uitvoeringsprogramma en monitoring die bijdragen aan goede kwaliteit en voldoende draagvlak. Bijvoorbeeld door toepassing van de kwaliteitscirkel van Deming: Plan-Do-Check-Act.

Interactie: houding, gedrag en wijze van communiceren om tot goede samenwerking en win-win situaties te komen.

Om adequaat invulling te geven aan de klimaatopgave, is het essentieel om de juiste expertise samen te brengen vanuit diverse afdelingen (Beheer, Data, Duurzaamheid, Bodem, Ruimtelijke Strategie en Organisatie) én ze op een doelmatige wijze te laten sparren. Let wel, klimaatstresstesten en risicodialogen zijn een middel, geen doel op zich! Wij moeten met z’n allen voorkomen dat we verzanden in eindeloze sessies en discussies.

Lees hier het volledige artikel Klimaatbestendig inrichten van Nederland uit GBI magazine nummer 19.

Voor meer informatie: Benno Steentjes

proefopstelling

Mijlpaal in baanbrekend onderzoek naar beweegbare bruggen

Het onderzoek van ingenieurs- en adviesbureau Antea Group, Rijkswaterstaat en de Provincie Zuid-Holland naar de levensduur van beweegbare bruggen bereikt 27 juni een mijlpaal. Op de TU Delft wordt dan een unieke proefopstelling geopend. Deze opstelling maakt het mogelijk om voor het eerst theoretische berekeningen in de praktijk te testen.  

Nederland telt honderden beweegbare bruggen. De status van de mechanische uitrusting is cruciaal voor de vraag of een brug gerenoveerd of vervangen moet worden. Hiervoor is een herbeoordeling van het bestaande bewegingswerk nodig. Dit onderdeel is voor veel beheerders een grote worsteling aangezien de theoretische rekenregels die we hanteren de praktijk niet lijken te volgen. Bewegingswerken worden hierdoor mogelijk onnodig (vroeg) vervangen.

Meer veiligheid, minder kosten
Antea Group onderzoekt met TU Delft, Rijkswaterstaat en Provincie Zuid-Holland de dynamica en constructieve veiligheid van beweegbare bruggen. Dit onderzoek leidt tot een realistischer model om de levensduur van beweegbare bruggen te beoordelen. De verwachting is dat dit model grote maatschappelijke en financiële voordelen biedt. Hiermee kunnen brugbewegingsmechanismen kostenbewust in stand worden gehouden zonder dat de veiligheid in het geding komt. Sonja Riesen, projectmanager Beweegbare Bruggen: “Met dit onderzoek werken wij aan het ontwikkelen en toepassen van duurzame oplossingen in onze leefomgeving. Daarnaast past het onderzoek goed bij onze ambitie om tot de top van Nederland te behoren op het gebied van beweegbare bruggen”.

Modellen in de praktijk testen
Het promotie-onderzoek van Kodo Sektani, ingenieur Antea Group, resulteerde al in nieuwe theoretische modellen waarmee de belastingen van brugbewegings-mechanismen in verschillende situaties voorspeld kunnen worden. Sektani: “Nu is het zaak om de modellen te verifiëren en te valideren. Vanaf 2018 werk ik samen met veertien sponsoren aan een proefopstelling die in staat is om antwoord te geven op de vraag met welke krachten een bewegingswerk te maken krijgt en hoe alle mechanische onderdelen op elkaar inwerken”.

Meer weten? Klik hier

8

Beheerders aan zet voor een beweegvriendelijke leefomgeving

Beheerders van de openbare ruimte kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonde fysieke leefomgeving. Met de Omgevingswet wordt gezondheid een belangrijk thema, dat zien we nu al terugkomen in coalitieprogramma’s en omgevingsvisies. Beheerder, pak een actieve rol voor een gezonde en beweegvriendelijke openbare ruimte!

Van oudsher is gezondheid dé belangrijkste aanleiding geweest voor riolering en afvalinzameling. In 2007 werd riolering door lezers van het British Medical Journal verkozen tot de belangrijkste ‘medische’ doorbraak in de afgelopen 200 jaar. Maar inmiddels is het zo vanzelfsprekend dat we het wel eens vergeten.

De focus bij gezondheid van de leefomgeving leek de afgelopen jaren vooral gericht op fijnstof, milieu en geluid. Deze zaken zijn minder beïnvloedbaar voor de assetbeheerder. We zien nu, met de Omgevingswet op komst, een kentering. Er ontstaat meer aandacht voor gezond gedrag en een gezonde fysieke leefomgeving.

Nederlanders bewegen steeds minder. Dat heeft direct invloed op onze gezondheid. Doordat kinderen minder bewegen, blijven motorische en sociale ontwikkeling achter. Veel ‘welvaartsziekten’, zoals obesitas en hart- en vaatziekten, hangen samen met (te) weinig activiteit. Natuurlijk gaat het daarbij veel over persoonlijke leefstijlen en keuzes.

De openbare ruimte kan een duwtje in de rug geven voor gewenste leefstijlen. Een leefomgeving, die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten werkt stimulerend voor gezond gedrag. De assetbeheerder heeft veel invloed op deze fysieke omgeving. Een groene omgeving heeft een positief effect op verminderen van depressieve gevoelens en nodigt uit tot gezond gedrag.

Een kind dat buiten speelt, leert omgaan met anderen. Voetgangers en fietsers gaan meer sociale interactie aan dan mensen in de auto. Een beweegvriendelijke openbare ruimte leidt daarmee tot gezondere mensen en is sociaal, aantrekkelijk en leefbaar.

Lees hier het volledige artikel Beheerders aan zet voor een beweegvriendelijke leefomgeving uit GBI magazine nummer 19.

Voor meer informatie: Eric Moonen

9

‘GBI is één van onze kroonjuwelen’

 

Rob van Dongen, CEO van Antea Group, deelde drie jaar geleden zijn droom met z’n medewerkers: het beste ingenieursbureau van Nederland worden. Het betekende de aftrap van het duizenddagenplan. Heel Antea Group zette de schouders eronder om innovatie, klanttevredenheid, zichtbaarheid en winstgevendheid te vergroten. In GBImagazine vertelt Van Dongen over ‘het geheim’ van deze succesvolle transitie en de relatie met GBI.

Eerst terug naar 2015

Antea Group is één van de weinige ingenieursbureaus die tijdens de crisisjaren z’n hoofd boven water houdt en zelfs winstgevend is. Verdienstelijk, maar voor Rob van Dongen geen reden om de toekomst met een gerust hart af te wachten. Terwijl de recessienevel optrekt, voorziet hij dat het tijd is om de bakens te verzetten. Rob: “Die crisis luidde de overgang naar een nieuwe tijdperk in: eentje van snelle verandering. Van nieuwe technologieën en thema’s als urbanisatie, klimaatverandering en verduurzaming. De vraag was of wij klaar waren om hierop te anticiperen.”

‘Met een onafhankelijke gebruikersvereniging, werkgroepen en een gemeenschappelijke kennisbank staat GBI dicht bij klanten.

Het verhaal dat je hebt is ontzettend belangrijk

Hij kwam in aanraking met het verhaal van de CEO van een Engelse verzekeraar. Rob: ‘Zijn visie en de manier waarop hij zijn organisatie wist te richten, inspireerden mij. Dit bracht mij ertoe om op papier te zetten hoe ik de toekomst van Antea Group zag. Hoe blijven we onszelf uitdagen om te innoveren, nieuwe markten te exploreren en continu te verbeteren?’

Lees hier het volledige: interview met CEO Rob van Dongen uit GBI magazine nummer 20.

front-zomereditie-breed

Plof… zomereditie GBI magazine op de mat!

Een dezer dagen valt de zomereditie van GBI magazine op je deurmat. We blikken in deze editie terug op de 20ste GBIdag, maar we kijken natuurlijk ook weer vooruit. Hoe kunnen we nu al voor successen zorgen voor een prettige en veilige leefomgeving in de toekomst?

In artikelen over de vervangingsopgave, de toepassing van data, een gezonde openbare ruimte en klimaatbestendig inrichten geven wij inzicht in de thema’s die op dit moment een grote rol spelen in het beheer van de leefomgeving.

Innovatie is hierbij belangrijk, maar ook een juiste mindset van je organisatie. CEO Rob van Dongen en implementatiespecialist Ewit Groen geven hun mening over een succesvolle transitie.

Daarnaast berichten wij natuurlijk over ontwikkelingen en nieuws omtrent GBI en de GVAG.

Heb je het GBI magazine niet ontvangen? Je kunt het zomernummer 2019 hier downloaden. Eerdere uitgaven van het GBI magazine vind je hier.

Wil je het blad in het vervolg graag toegestuurd krijgen? Mail dan je contactgegevens naar: GBI@anteagroup.com.

92

Er is nog zoveel onbenutte data

Zoveel informatie voor zoveel oplossingen. Maar wat is de juiste, en welke data is nog onbenut, maar wel beschikbaar voor relevante antwoorden? We spreken Cor Leenstra, projectmanager GBI en Adri Wiersma, senior adviseur GBI, over de contouren van de informatieprovider voor beherend Nederland en hun ambities voor de komende jaren.

 

‘Focus jij al op informatie?’

Van data naar informatie

Adri: ‘Het is vaak al lastig genoeg alle objectdata in een gemeente goed te registreren. En de beheerders, die het moeten doen binnen een gemeente wordt het hemd van het lijf gevraagd om vragen vanuit beleid en bestuur te beantwoorden. Tussen de vraag en het antwoord zit echter een hele wereld aan data, gegevens, handelingen en tools. Dat begint bij welke data je nodig hebt, waar je die data vindt en of je, naast de data in het beheersysteem, nog meer data nodig bent.’  

Focus op informatie

Omdat de antwoorden en oplossingen van allerlei gradaties zijn, is ook de aanpak en de weg van de data verschillend. Adri: ‘Dat gaat van relatief simpel naar zeer complex. Is mijn beheerdata actueel, betrouwbaar en compleet? Dat is een relatief simpele, maar cruciale vraag voor gemeenten. Toch is het voor veel adviseurs binnen de gemeente lastig om een eenduidig antwoord te krijgen. Hoe mooi is het dan, dat wij deze vraag op elk gewenst moment kunnen beantwoorden en een lijst, tabel of kaart kunnen uitleveren van een digitale en veilige omgeving.’ Cor: ‘Bijkomend voordeel is dat de werkzaamheden geen druk leggen op de tijd en capaciteit van de beheerders.’

‘Als ik me alleen kan richten op de data die ik nodig ben voor een bepaald product of probleem, en ik deze data ook nog automatisch vanuit een digitale omgeving gepresenteerd krijg, tja … hoeveel rust gaat dat in mijn organisatie geven!’

Lees hier het volledige artikel Er is nog zoveel onbenutte data uit GBI magazine nummer 19.

Voor meer informatie: Adri Wiersma of Cor Leenstra.  

93

Rioolinspectie Nieuwe Stijl

 

In 2015 is de inspectienorm NEN 3399 herzien. Dit leidde tot een aanzienlijke versobering van klasse-indeling en detailinformatie. De norm heeft onvoldoende draagkracht bij de rioolbeheerders en -adviseurs. En, ondanks alle investeringen van de marktpartijen, is er tot op de dag van vandaag weinig tot geen draagvlak voor het gebruik.

Europees inspecteren is niet afdoende

 

Sjaak Verkerk: ‘Op basis van de signalen over het draagvlak voor het gebruik van de inspectienorm heeft stiching RIONED de inspectie esector in de breedte geconsulteerd. Dit heeft er toe geleid dat onder de werknaam ‘rioolinspectie nieuwe stijl’ een breed gedragen verbeteringsplan is opgesteld. Alle betrokken partijen, rioolinspectiebedrijven, gemeenten, adviesbureaus en softwarebouwers, waren het er over eens dat er een nieuwe standaard ontwikkeld moet worden. Een standaard die aansluit op de behoefte, maar ook op de praktische mogelijkheden voor de inspecteur.’

De eerste uitkomsten wezen in de richting van Europees inspecteren. Sjaak: ‘Dat betekent dat we inspecteren volgens de NEN-EN 13508-2. Maar om deze norm toe te passen in Nederland zijn aanvullende afspraken nodig. Een specifieke leidraad voor de Nederlandse markt is en blijft gewenst.’

Lees hier het volledige artikel Rioolinspectie Nieuwe Stijl uit GBI magazine nummer 19.

Voor meer informatie: Sjaak Verkerk

Bron foto: Stichting RIONED

GBIdag_2019-47

Klagen Loon Echt Absoluut Niet

Op de GBIdag nam Peter Smith, zwerfafvalfilosoof en -kunstenaar ons mee in zijn denkwereld. Hij vertelde hoe zijn kijk op de problemen in de wereld, en met name het afvalprobleem, richting en doel kreeg door een burenruzie. Met zijn stichting KLEAN (Klagen Loont Echt Absoluut Niet) maakt hij duidelijk dat zwerfafval weliswaar een groot – maar wel degelijk ook een oplosbaar – milieuprobleem is.

Zwerfafval bestaat voor een groot deel uit kauwgom en peuken. Dit noemen we fijn zwerfafval. Het grotere zwerfafval bestaat vooral uit verpakkingsmateriaal. Vaak van snoep, drinken en afhaalketens. Als we daar het papier, glas en blik uitfilteren, bestaat 80% van het grof zwerfafval uit kunststof.

Dat kunststof wordt nauwelijks afgebroken, maar versnippert in steeds kleinere brokjes. Het belandt uiteindelijk in de plastic soep in onze zeeën en oceanen. En, dus in de magen van vogels, vissen en zeezoogdieren. Peter Smith wil ons met zijn stichting KLEAN wijzen op de dingen waarmee wij zelf – eenvoudig – het verschil kunnen maken.

Lees hier het volledige artikel Klagen Loont Echt Absoluut Niet uit GBI magazine nummer 19.